Eerste werkdag

Zaterdag 20 juni 2020

Veel eerder dan verwacht zit ik donderdag rond half 10 in de trein naar RINO Zuid in Eindhoven. In de afgelopen maanden is daar geen sprake van geweest. Het werd medewerkers die met het openbaar vervoer moesten komen zelfs nadrukkelijk afgeraden om naar kantoor te komen. Het openbaar vervoer is ook nog altijd bedoeld voor noodzakelijke reizen en ik kan mijn werkzaamheden prima thuis doen. Ik heb eerder geschreven te verwachten dat deze situatie tot en met de zomer zou duren, en dat ik pas daarna weer naar RINO Zuid zou gaan. Waarom ben ik nu dan toch onderweg naar Eindhoven? Omdat het me gevraagd is door collega’s en ik naar mijn mening geen goede reden meer heb om niet te komen. Ik vind dat het weer moet kunnen om af en toe de trein te pakken. De maatschappij is weer volop in beweging, dus waarom zou ik stil moeten blijven zitten? Ik geef eerlijk toe dat de demonstraties rondom racisme wel meespelen in het gevoel van: als dat kon, dan moet dit ook kunnen. Nog steeds probeer ik het openbaar vervoer zoveel mogelijk te mijden. Als ik de fiets kan nemen, doe ik dat. En als ik de trein neem, zoals nu, reis ik sowieso buiten de spits.

Het voelt een beetje als een eerste werkdag. Ik ben ook enigszins gespannen. Hoe zou het zijn om weer op kantoor te zijn? En hoe zou het zijn om weer collega’s om je heen te hebben? Weet ik überhaupt nog hoe je contact met collega’s moet maken, als er geen scherm tussen zit? Aangezien thuiswerken altijd uit den boze was, en in de trein werken dus ook, keek ik tijdens de 50 minuten tussen Utrecht en Eindhoven een aflevering van een Netflix-serie. Vandaag kom ik anderhalf uur later dan gebruikelijk aan op kantoor en dus gebruik ik mijn tijd in de trein om te werken. Dit bevalt heel goed. Zo kan ik in alle rust alvast wat mails wegwerken. ‘In alle rust’ is in dit geval vrij letterlijk want er zitten naast mij slechts drie anderen in de coupé. Het bevestigt mijn gevoel dat het prima moet kunnen om buiten de spits af en toe de trein te pakken. Een complicerende factor is het mondkapje, die koffie drinken ingewikkeld maakt en me het gevoel geeft dat mijn hoofd zich in een sauna bevindt. Niet erg bevorderlijk voor de concentratie.

Met enige spanning betreed ik het pand van RINO Zuid waar ik al ruim twee jaar vier dagen per week kwam. Bij de ingang staat desinfecterende handgel, schoonmaakdoekjes en op de grond zie ik de inmiddels vertrouwde gele stickers. Dit tafereel zie je tegenwoordig overal waar je binnenkomt. Ik besluit eerst een werkplek te zoeken. De werkplekken zijn allemaal opnieuw georganiseerd zodat er anderhalve meter afstand kan worden gehouden. Met gele strepen op de grond staat aangegeven waar je mag gaan staan. Er mogen vanaf deze week vijftien medewerkers per dag aanwezig zijn maar vandaag zijn er een stuk of tien. Technisch gezien zou iedereen een kantoor of lokaal voor zich alleen kunnen hebben. Dat gebeurde blijkbaar in het begin van de thuiswerkperiode wel, maar nu zitten collega’s toch met meerderen in dezelfde ruimte. Ik installeer mezelf in een ruimte waar mijn collega Judith al zit en praat met haar bij. Daarna loop ik een rondje en spreek nog een aantal collega’s. Zoals ik zei kan ik mijn werk prima thuis doen, maar wat is het fijn om weer face-to-face met collega’s te kunnen praten. Het contact is gewoon zoveel fijner wanneer je mensen daadwerkelijk kunt zien, dat je mensen echt kunt aankijken en ook non-verbale signalen meekrijgt. Het is ook heerlijk om weer in het pand rond te kunnen lopen en met één druk op de knop koffie te kunnen halen. Het is overigens niet meer toegestaan om kopjes te gebruiken en in plaats daarvan moeten we wegwerpbekertjes gebruiken. Ik word er weer aan herinnerd dat de koffie hier niet te zuipen is, en dat wordt er met bekertjes niet beter op helaas.

De uren vliegen om en plotseling is het al half 4, en moet ik alweer gaan. Ik wil namelijk voor 4 uur in de trein terug naar Utrecht zitten, om zo wederom de spits te vermijden. Het was heel fijn om weer op kantoor te zijn en weer collega’s te hebben gezien maar ik ben totaal niet aan mijn werk toegekomen. Er is zoveel meer afleiding dan thuis, en nu waren er dan nog maar een aantal collega’s. Normaal gesproken is het pand vol met zeker twee keer zoveel medewerkers, deelnemers, docenten en anderen. En zelfs op momenten dat er geen afleiding was, merkte ik dat ik het moeilijk vond om me te focussen. Thuis kan ik me heel goed focussen en heb ik soms juist last van het gebrek aan afleiding. Ik kan me bijna niet voorstellen om vier dagen per week in die hectiek te zitten met mensen om je heen, en dan nog je werk af te krijgen. Ik besef ook dat ik niet eens alle collega’s die vandaag aanwezig waren gesproken heb, en daar voel ik me een beetje schuldig over. Dan laat ik na drie maanden eindelijk weer eens mijn gezicht zien, en neem ik niet eens de moeite om die collega’s spreken. Ach ja, vijf uur gaan snel voorbij en ik verwacht dat ik binnenkort wel weer deze kant op zal komen. Het is in elk geval voor herhaling vatbaar.  

Om het weekend in te luiden spreek ik met Steffie af om wat te gaan drinken in het centrum van Utrecht. Sinds de uitbraak van het coronavirus had ik haar alleen nog via een beeldscherm gezien. Op het moment dat door Rutte werd aangekondigd dat vanaf 1 juni de horeca weer open zou kunnen, was ik niet meteen enthousiast. Het leuke van ´even een drankje doen´ vind ik juist dat je afspreekt met één of meerdere mensen en wel ziet waar je uitkomt. Van dat vrije gevoel blijft weinig over wanneer je van tevoren ergens moet reserveren. Gelukkig blijkt dit allemaal niet zo strikt te zijn. We moeten onze handen wassen en de medewerker vraagt of we klachten hebtben, maar verder merk ik weinig verschil tussen het pre-coronatijdperk en nu. We drinken een aantal biertjes en bestellingen worden als vanouds opgenomen en naar ons tafeltje gebracht. Wanneer ik licht aangeschoten naar huis fiets, bedenk ik me dat dit eigenlijk de normaalste dag is sinds corona alles abnormaal maakte. En daarmee is vandaag juist niet normaal maar speciaal. Ik ben weer naar mijn werk geweest, heb in de trein gezeten en drink nu biertjes met een vriendin op het terras. Het is ook goed om erbij stil te staan dat deze dingen dus niet zo vanzelfsprekend zijn als ze altijd leken. Het maakt in elk geval dat ik er meer waardering voor heb. Hopelijk blijft dat zo, ook in het post-coronatijdperk.

Een dag later zit ik alweer op het terras, nu met Sjaak. Ook hem heb ik in al die tijd niet gezien. Op het enorme terras bij het Neude zijn de regels wat strikter. Je moet bestellen via een app, waardoor het personeel eigenlijk alleen bij de tafeltjes komt om te serveren. De drankjes worden op het tafeltje naast ons gezet, zodat afstand kan worden gehouden. Wanneer de zus van Sjaak wil aansluiten, worden wij door een medewerker naar de andere kant van het terras begeleid, waar we met z’n drieën aan twee tafeltjes moeten zitten. Het is gevoelsmatig heel anders dan de dag ervoor. Corona hangt op het Neude als een soort zwaard van Damocles boven ons hoofd, waar ik de dag ervoor alleen regen uit de lucht zag komen.

Ik merk dat ik steeds meer in verwarring begin te raken over de coronamaatregelen. Soms lijkt het wel alsof het coronavirus nooit heeft bestaan. Het beïnvloed niet meer alles in ons leven, zoals dat eerst wel was. Het is allang niet meer het enige gespreksonderwerp. Dat betekent natuurlijk niet dat het virus weg is en ik neem aan dat alle maatregelen er niet voor niks zijn. Het verwarrende zit hem erin dat iedereen er zo verschillend mee om lijkt te gaan. Bij de ene Jumbo is een winkelwagentje verplicht en moet je looplijnen volgen terwijl bij de andere Jumbo slechts wat stickers en plexiglazen bij de kassa doen denken aan corona. Bij de ene horecagelegenheid staat een medewerker in je persoonlijke ruimte om te serveren en bij de andere wordt het eten of drinken op de tafel naast je neergezet. In de ene winkel wordt gecontroleerd of er afstand wordt gehouden en of je een winkelmandje hebt gepakt, terwijl dat bij de andere winkel niet gebeurt. Evenementen zijn tot 1 september maar massale demonstraties in heel Nederland mogen wel doorgaan. Demonstraties met betrekking tot racisme wel te verstaan, want demonstraties tegen de coronamaatregelen zijn wél verboden. En dan heb ik het nog niet eens over de verschillen tussen landen. Elk land heeft weer verschillende maatregelen, en de naleving en handhaving daarvan is ook weer per land verschillend. In Nederland mag er tot 1 september geen betaald voetbal worden gespeeld. In Hongarije werd de bekerfinale gespeeld met 10.000 toeschouwers op de tribune, weliswaar steeds met twee stoelen tussen elke supporter. In Servië werd in Belgrado de derby tussen Partizan en Rode Ster gespeeld. Bij deze wedstrijd zijn 25.000 supporters aanwezig en er is geen spoor van coronamaatregelen. Een waar volksfeest brak los in het centrum van Napels, nadat Napoli de nationale beker wint ten koste van aartsrivaal Juventus.

Uit onderzoek is overigens gebleken dat de demonstratie op de Dam niet heeft geleid tot een gevreesde nieuwe besmettingsgolf. De incubatietijd van twee weken is inmiddels voorbij en slechts één deelnemer aan de demonstratie werd later positief getest op het coronavirus. Het was overduidelijk dat het te druk was op de Dam, waardoor de demonstranten geen afstand konden houden. Bewijst deze ene besmetting dat het coronavirus zich amper verspreid in de buitenlucht? Dat zou betekenen dat een concert in de open lucht, of een festival als Pinkpop ook prima mogelijk zouden moeten zijn. Daar heb je bovendien veel meer invloed op het aantal kaartjes dat verkocht mag worden en op de maatregelen op het concert- of festivalterrein. Misschien sla ik nu een beetje door, maar het verbaasde me echt dat er blijkbaar zoveel mensen dicht bij elkaar kunnen staan, zonder dat dat gevolgen heeft.

Volgens mij zou het goed zijn als het kabinet binnenkort weer eens een persconferentie geeft, want er is op dit moment veel te veel onduidelijkheid. En onduidelijkheid leidt tot willekeurig gedrag. Iedereen doet op dit moment maar wat en niemand weet wat nu eigenlijk het juiste is om te doen. De anderhalve meter regel leek een duidelijke reden maar niemand houdt zich er meer aan. Winkels, horecagelegenheden en andere bedrijven doen wat nodig is om de afstand te faciliteren, maar hebben ook geen zin om politieagent te gaan spelen. Bij eerdere persconferentie vertelde Rutte dat hij zo blij dat iedereen zich zo goed aan de regels bleef houden. Dat is natuurlijk niet meer het geval. En misschien is dat ook niet erg. In Estland is inmiddels de regel om één meter afstand te houden opgeheven. Zou dat in Nederland niet ook kunnen? Of alleen in de buitenlucht? Ik begrijp dat er een verschil is tussen een terras en een theaterzaal bijvoorbeeld. Maar de logica is op dit moment gewoon ver te zoeken, en als mensen niet meer begrijpen waarom ze iets niet mogen doen, doen ze het wél. Zo zit ik ook in elkaar. Alle maatregelen die er nog zijn lijken meer voor de bühne. Dat bedrijven kunnen zeggen: “Kijk, wij zijn coronaproof. Dat mensen zich er niet aan houden interesseert ons niet, zolang wij maar geen boete krijgen.” Het zou daarom goed zijn als Rutte ons wat duidelijkheid zou verschaffen.

Eerste werkdag

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *