Toneelstuk

Maandag 1 juni 2020

Vandaag is de grote dag. Het is namelijk maandag 1 juni, of zoals minister Ferd Grapperhaus zou zeggen: 1 juno. Het is vandaag Tweede Pinksterdag en alweer zo’n heerlijk lang en zonnig weekend. Het is echter vooral de dag dat er weer dingen mogelijk zijn, die eerder onmogelijk waren. Het meest in het oog springend is dat de terrassen weer open mogen, sinds 12:00 vandaag. Ik verwacht een ware stormloop. Op een normale 1 juni is iedereen vrij en schijnt de zon, waardoor de terrassen bomvol zitten. Nu kunnen cafés en restaurants nog maar een deel van hun gasten ontvangen, om de anderhalve meter afstand te kunnen garanderen. Tegelijkertijd zit half Nederland al tweeënhalve maand te popelen om op het terras een biertje of wijntje te kunnen drinken of samen te lunchen. Dit kan bijna alleen maar chaos worden.

Niets is minder waar wanneer ik een rondje door de stad fiets. Er zijn veel mensen op straat, maar op de terrassen is het relatief rustig. Tegen mijn verwachting in zie ik veel lege tafeltjes. Het ziet er eigenlijk vrij ontspannen uit allemaal. Op het Neude delen aantal cafés een gigantisch terras op het plein. Op die manier kan de afstand bewaard worden, en kunnen er tegelijkertijd veel mensen zitten. Het is gewoon goed geregeld allemaal. Dat geeft een bemoedigend gevoel. Ik had mijn twijfels over het versoepelen van de maatregelen, zeker op de eerste dag. Maar dit gaat prima. Ik moet eerlijk zeggen dat het best jaloersmakend is om mensen met een speciaalbiertje in de zon te zien zitten. Binnenkort maar eens een tafeltje reserveren.

Op de terrassen is het veel eenvoudiger om je aan de regels te houden, dan op straat. Ondanks alle richtlijnen doet iedereen eigenlijk maar wat. En eerlijk gezegd: ik ook. Zelfs als ik het zou willen, is het praktisch onmogelijk om afstand te houden. Ik ben er ook minder mee bezig. Het zit inmiddels behoorlijk in mijn systeem om mensen om mij heen de ruimte te geven, maar ik ben er minder strikt in. Donderdag was ik met Erik in de stad en ik betrapte mezelf erop dat ik mijn coronadiscipline ver te zoeken was. Erik zei dat mensen gewoon hun gezond verstand moeten gebruiken en het niet ingewikkelder moeten maken dan het is. Elkaar geen hand geven, fysiek contact beperken en totdat er een vaccin is geen evenementen waarbij grote groepen mensen bij elkaar komen. Ik merkte dat ik het ermee eens was.

Vanaf vandaag moeten er ook verplicht mondkapjes in het openbaar vervoer gedragen worden. Het blijft een tegenstrijdig verhaal. Eerder werd vanuit het RIVM steeds verkondigd dat mondkapjes niet helpen of zelfs een risico zijn wanneer ze verkeerd gedragen worden. Nu zijn ze plotseling verplicht in het openbaar vervoer, maar niet de openbare ruimte. En ze worden nu zo belangrijk gemaakt dat je een boete van 95 euro krijgt als je er geen draagt. Daar komt nog bij dat het geen medische mondkapjes zijn, die wél bescherming bieden, want die zijn uitsluitend bedoeld voor zorgmedewerkers. Sokken en sjaals mogen dan weer niet als mondkapje gebruikt worden. Er worden dus allerlei eisen aan gesteld en er wordt gehandhaafd, maar het is nog altijd onduidelijk waarom we dit nu precies moeten doen. Ik noemde eerder de mogelijke toegevoegde waarde van mondkapjes in de vorm van placebo effect. Het dragen van mondkapjes kan ervoor zorgen dat mensen de ernst van de situatie beter inzien, en het naar buiten gaan minder als een uitje gaan zien. In dat geval zouden mondkapjes overal verplicht moeten zijn, maar dat is niet het geval. In treinen zou het onmogelijk zijn om afstand te houden, ook bij beperkte capaciteit. Dat is op Tweede Pinksterdag in het centrum van Utrecht ook onmogelijk, dus daar hadden mondkapjes ook niet misstaan.

Kati en ik hebben inmiddels al mondkapjes aangeschaft. 28 juni hebben we gereserveerd bij de Efteling dus dan hebben we ze in elk geval nodig. Tot nu toe heb ik steeds het gevoel gehad dat ik niet met het openbaar vervoer mag regelen. Ik wil niet iemand die een noodzakelijk reis moet maken in de weg zitten. Voor het eerst in mijn leven voel ik me echt beperkt doordat ik geen auto heb. Met die gedachte hebben wij er ook voor gekozen om over twee weken naar een Landal Park in de buurt te gaan, waar we met de fiets naartoe kunnen. Inmiddels sta ik er wat anders in, met name als het gaat om de term ‘noodzakelijk’. Voor mij is het noodzakelijk om af en toe Utrecht uit te kunnen voor een uitje en om op vakantie te kunnen. Wij hebben geen auto dus wij moeten met het openbaar vervoer. Werken mag ik thuis doen, dus dit zie ik niet als een noodzakelijk reis. Dit is pas het geval wanneer RINO Zuid mij verplicht om naar kantoor te komen, maar dat zie ik niet snel gebeuren. Ik denk dat wanneer iedereen er op deze manier in zou staan, er geen enkel probleem is. Als de mensen die van het openbaar vervoer afhankelijk zijn eens in de zoveel tijd de bus op de trein nemen, is dat prima. Vanaf vandaag rijden de treinen weer de normale dienstregeling, alleen met ongeveer een derde van de oorspronkelijke capaciteit. Het advies om zoveel mogelijk thuis te werken staat nog altijd, dus er zou voldoende plek moeten zijn. Ik twijfel nog om binnenkort een keer naar Nijmegen te gaan, om de vrienden die daar wonen te kunnen zien. Dan heb ik ook meteen ervaren hoe het is om met een mondkapje te reizen. Het lijkt me overigens niet echt een pretje want je krijgt weinig lucht met zo’n ding en het is behoorlijk warm. Dat wordt nog leuk straks met 35 graden.  

Nu de zomer steeds dichterbij komt, lijkt alles weer steeds normaler te worden. Vanaf vandaag mag bijvoorbeeld weer een onbeperkt aantal mensen thuis op visite komen, met anderhalve meter afstand natuurlijk. Verjaardagen en kleine feestjes zouden dus weer kunnen plaatsvinden toch? Na hevige protesten van met name sportschooleigenaren mogen de sportscholen en sauna’s ook al vanaf 1 juli open, wat eerst 1 september was. Dit betekent dat we vanaf 1 juli, dus precies over een maand, bijna alles in elk geval weer open is. Dit had ik in maart niet gedacht. In eigen land is steeds meer mogelijk, maar ook zomervakanties naar het buitenland behoren weer tot het onderwerp van gesprek. Vanuit het RIVM wordt gezegd dat vakanties naar landen waar net als in Nederland weinig besmettingen zijn geen groot risico zijn. In Frankrijk gaat de grens bijvoorbeeld weer open voor toeristen. Wanneer je je aanpast aan de regels die daar gelden en je houdt aan de Nederlands regels is er in feite geen probleem, hoewel het ingewikkelder kan worden wanneer je in Frankrijk ziek wordt.

Waar ik het volledig eens was met de beslissing om de Eredivisie te beëindigen, vraag ik me nu af of deze beslissing te snel is genomen. Het had een hoop rechtszaken kunnen besparen. De enige andere landen waar de competitie is beëindigd zijn Frankrijk, België en Schotland. In Italië, Spanje, Engeland, Portugal en Turkije gaat in juni weer gevoetbald worden. In Duitsland zijn ze al drie weken bezig, net als in Denemarken, waar de fans via Zoom in het stadion aanwezig kunnen zijn. Ook de Formule 1 gaat weer van start. Op 5 juli vinden de eerste twee races van het seizoen plaats in Oostenrijk. Van augustus en met oktober vinden in heel korte tijd alle belangrijke wielerwedstrijden gepland. Het ziet er naar uit dat dit door kan gaan. Dat is een heel ander gevoel dan ik eerder had toen bekend werd gemaakt dat de Tour de France in augustus werd gepland. Het was toen meer op hoop van zegen. Nu is het zeer realistisch. Corona verdwijnt meer en meer naar de achtergrond van het leven. Laten we hopen dat het goed blijft gaan.

Soms voelt het alsof we in een gigantisch toneelstuk terecht zijn gekomen. Al die bordjes, tegeltjes en streepjes om ervoor te zorgen dat we anderhalve meter afstand houden. Helpt dit nou echt? En als het al helpt, wat heb je daaraan als niemand zich er aan houdt? Leidt het niet tot een soort schijnzekerheid? Typerend vind ik altijd als mensen in een wachtrij staan, keurig achter de streepjes, en er vervolgens iemand dwars doorheen loopt. En hoe drukker het overal wordt, hoe meer je dat soort situaties gaat krijgen. Je ziet dat winkels ervoor zorgen dat het binnen allemaal goed geregeld is: met mandjes, met pijlen en met een duidelijke in- en uitgang. Wanneer de inspectie langskomt, is daar ongetwijfeld niks op aan te merken. Maar wat heb je eraan als diezelfde mensen buiten de winkel maar wat doen? Ik vraag me soms ook af: voor wie doen we dit nu eigenlijk? De coronacijfers dalen nog altijd, terwijl we toch al wekenlang weer veel buiten komen. In Zweden, het land dat ik eerder bekritiseerd heb om hun soepele aanpak, is gisteren voor het eerst geen enkele dode gemeld. Ik voel gewoon de noodzaak niet meer zo. En dat hoor ik ook van vrienden terug. Eerder waren wij bereid om onze vrijheid te beperken voor de gezondheid van anderen. Dat heeft nu lang genoeg geduurd. De serieuze toon vanuit het kabinet is verleden tijd. Ik snap best dat die anderhalve meter regels gehandhaafd blijven. Het zal er ongetwijfeld voor zorgen dat er meer afstand gehouden wordt dan zonder die maatregel en op en schaal van 17 miljoen mensen beperkt dat uiteindelijk het aantal besmettingen aanzienlijk. Gevoelsmatig begint dit echter wel steeds meer op een toneelstuk te lijken, waarbij ik steeds meer zelf de touwtjes in handen neem.

Toneelstuk

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *