Digitaal borrelen

Vrijdag 27 maart 2020

Op het moment dat ik dit typ heb ik net een digitale Insignis borrel achter de rug, met mijn vrienden van mijn bachelor studie Bestuurskunde in Nijmegen. Ik ben geen enorme fan van beeldbellen. Ik weet dat het op dit moment eigenlijk het enige alternatief is als je meerdere mensen tegelijk wil spreken, en ook nog wil zien, maar het voelt niet echt comfortabel. Wat meespeelt is dat je voortdurend ook jezelf in beeld ziet, waardoor je je heel bewust ben van hoe je eruit ziet en hoe anderen je dus zien. Ook vind ik het gek een stukje van jouw thuissituatie te zien is voor anderen en dat jij ook weer de thuissituatie van anderen ziet. Daarnaast ziet en hoort Kati hoe ik mij gedraag in contact met collega’s of vrienden en zie en hoor ik hoe zij is met collega’s. Dit zijn eigenlijk allemaal situaties waarin zakelijk en privé vermengen. Ik vind eigenlijk dat het goed is dat dit gescheiden blijft, maar het is nu niet anders.

Terug naar de Insignis borrel. Ik wist al een paar dagen dat mijn vrienden het idee hadden om vandaag om 20:00 een digitale borrel te doen. Ik zag er een beetje op, onder andere door bovengenoemde redenen. Daarnaast is de laatste keer dat ik deze mensen zag een soort therapiesetting, waarbij we bespraken hoe we als vriendengroep verder zouden gaan na een memorabel weekend in Praag. De organisatoren van het weekend waren wat te ver gegaan met een vrijgezellenweekend, waar ook strippers bij kwamen kijken. De conclusie van deze meeting was dat één van de vrienden geen behoefte meer had aan Insignis en van de anderen wist ik eigenlijk niet hoe zij er nu instonden.

Uiteindelijk besloot ik toch om me aan te sluiten bij de borrel. In het begin was het onwennig. In deze groep van 11 vrienden ben ik sowieso niet iemand die het hoogste woord voert, maar digitaal ben je eigenlijk nog meer aanwezen op ‘gewoon’ je mond opentrekken. We begonnen met het digitaal spelen van Bert’s bordspel, nog altijd het meest extreme drankspel die nog stamt uit de studententijd. Het is een soort monopoly waarbij geldt: hoe verder je komt, hoe meer je gaat drinken en hoe verder het escaleert. In het begin was het zoeken hoe we dit digitaal konden doen. Iedereen moest namelijk gooien met een dobbelsteen, en daarmee kwam je verder op het bord. Het ging eigenlijk wonderbaarlijk goed. Op een gegeven moment zag ik zowel het bord, waar de organisator door middel van PowerPoint de ‘stukken’ steeds kon verzetten, als de webcams van mijn vrienden in beeld. Wanneer iemand moest drinken, zag je dit live in beeld. Het was niet zo mooi als wanneer we dit live hadden gedaan, maar ik durf wel te zeggen dat er net zo veel werd gedronken als wanneer dit wel zo geweest was. Bovendien merkte ik dat, naarmate ik meer alcohol dronk, ik minder last had van de nadelen van het beeldbellen. Ik zat minder in mijn hoofd, was minder aan het denken, en zei gewoon dingen als het in mij opkwam. Ik irriteer mij ook vaak aan mensen die zeggen dat je zonder alcohol net zoveel plezier kunt hebben als met. Dat is gewoon niet waar. Alcohol zorgt er echt voor dat je losser wordt, en dat andere mensen ook losser worden, waardoor je een andere en interessantere dynamiek krijgt.  

Het was al de tweede vrijdagmiddagborrel want om half 5 had ik een digitale vrijmibo van mijn werk. Ik was zelf vrij maar het leek me toch goed om even mijn ‘gezicht te laten zien’. Het thuiswerken heeft voordelen, zoals geen reistijd hebben en in je vertrouwde omgeving kunnen werken. Het grootste nadeel is dat je je collega’s niet face to face kunt spreken en dat je van veel collega’s geen idee hebt waar ze mee bezig zijn. Bij de vrijmibo waren ongeveer 15 collega’s aanwezig. Het was één grote chaos: iedereen praatte voortdurend door elkaar heen, lieten zien dat ze wijn of chips hadden en mensen verdwenen plotseling of hadden technische problemen. De directeur was het meeste aan het woord en leek vooral van de mensen met wie hij nog geen contact had gehad, zoals ik, te willen weten hoe het met ze ging. Eigenlijk totaal geen verschil met een vrijdagmiddagborrel bij RINO Zuid.    

Het begint me in toenemende mate op te vallen dat mijn collega’s zo positief en aardig zijn. De directeur heeft al een aantal mails en berichten gestuurd dat hij zo blij is met het harde werk dat iedereen verricht. Een andere collega, die normaal gesproken altijd kritisch is, laat voortdurend merken hoe blij ze is met de inspirerende samenwerking. Ik kreeg zelf een compliment van mijn inhoudelijk leidinggevende dat ze vindt dat ik veel pro actiever ben, nu de druk erop staat. Dat merk ik zelf ook. Het geeft mij energie om me in te zetten voor iets wat er nog niet is, namelijk digitale vervanging van fysieke lessen, en hierin oplossingen te verzinnen. Bij de collega’s waar ik contact mee heb, merk ik datzelfde gevoel. Ik hoor echter dat dit niet voor iedereen geldt. Voor collega’s met (jonge) kinderen is het natuurlijk sowieso een ander verhaal. Zij hebben niet zoals ik de mogelijkheid om 8 uur op een dag bezig te zijn. Daarnaast zijn er collega’s die al meer dan 10 jaar hetzelfde werk doen, en dat nu opeens op een andere manier moeten doen.

Digitaal borrelen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *