Maar één gespreksonderwerp

Donderdag 12 maart 2020

Ik ben vanochtend weer naar mijn werk in Eindhoven gegaan, nadat ik de afgelopen twee dagen thuis ben gebleven. Dinsdag voelde ik mij echt niet goed, gisteren alweer een stuk beter. Hoewel ik me nog niet helemaal fit voel (zere keel en loopneus bij inspanning), lijkt het me toch goed om weer te gaan werken. Dit ondanks dat er is geadviseerd om bij klachten thuis te blijven. Maarja: wat zijn klachten? Ben je überhaupt ooit klachtvrij? Het voelt voor mij in elk geval niet goed om thuis te blijven, terwijl andere collega’s met mogelijk vergelijkbare klachten wel komen werken.

Op mijn werk is er eigenlijk maar één gespreksonderwerp: corona. Ik hoor nog veel verschillende geluiden, van vrij nonchalant tot al behoorlijk gealarmeerd. De zorgen gaan met name over de collega’s met ouders in de risicogroep. Ik bevind mij natuurlijk in Brabant, het epicentrum van de corona-uitbraak in Nederland. Alle corona maatregelen die tot nu toe zijn genomen, zijn gericht op Brabant. Nationaal gezien heeft Rutte eigenlijk alleen maar geadviseerd om geen handen meer te geven, om vervolgens zelf de directeur van het RIVM de hand te schudden en te beseffen dat dit niet meer de bedoeling was. Tegelijkertijd valt het in Eindhoven, met slechts 8 besmettingen relatief heel erg mee. Het lijkt mij beter om te kijken op stadsniveau. Naast Tilburg en Breda, waar by far de meeste besmettingen zijn vastgesteld, staan er in de top 10 ook steden uit Limburg, Utrecht en Zuid-Holland. Toch is er bijvoorbeeld voor gekozen om de voetbalwedstrijden in Brabant allemaal af te lassen, en die in de andere provincies mét publiek door te laten gaan.

Alles verandert rond 15:00 vanmiddag. Er is een persconferentie met premier Rutte en minister Bruins van Medische zorg, waarin plots duidelijk wordt dat het menens is en niet alleen voor Brabant maar voor heel Nederland. In heel Nederland moeten mensen met klachten thuisblijven, bijeenkomsten met meer dan 100 mensen worden afgelast, er wordt opgeroepen zoveel mogelijk thuis te werken, kwetsbare mensen wordt verzocht zoveel mogelijk binnen te blijven en universiteiten en hogescholen moeten het onderwijs zoveel mogelijk online aanbieden.

Kort daarna wordt bekend dat RINO Zuid, mijn werkgever, alle lessen tot in elk geval 31 maart zal annuleren. De eerste prioriteit is om de docenten en deelnemers die morgen (vrijdag) ‘in huis’ zouden zijn te informeren dat de lessen niet doorgaan. Ik merk dat de sfeer is omgeslagen. We zijn nu echt in de greep van het Corona virus. Het voelt ook niet alsof de laatste maatregel al is genomen.

Ik vertrek naar huis en merk in de bus en in de trein dat ik een soort hyperfocus heb op alles: mensen die hoesten of niezen, mensen die hun neus ophalen, mijn eigen behoefte om te hoesten of te niezen maar dit niet durven. Ook ben ik me ervan bewust hoeveel dingen je aanraakt die door honderden andere mensen worden aangeraakt: de stopknop in de bus, de ‘deur open’ knop in de trein, de klink van de schuifdeuren naar een ander treinstel, de stoel waar je op zit, het pinapparaat in de kiosk en het knopje in de lift. Ik ben me er zo van bewust dat, als ik het virus heb, of iemand anders, het zo makkelijk is om het te verspreiden.

Mijn collega verwoordde het vanmiddag op kantoor, vlak na de mededeling als volgt: “Dit voelt surrealistisch, alsof we in een simulatie leven.” Zo voelt het voor mij ook. We zijn de controle kwijt, de grip op ons leven.

Maar één gespreksonderwerp

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *