Beren op de weg

Zondag 24 mei 2020

Het staat me nog helder voor de geest dat ik op maandag 2 maart voor het eerst naar mijn nieuwe tandarts in Utrecht ging. Er waren inmiddels 18 mensen besmet door het coronavirus, maar er was nog geen reden tot paniek. Een paar dagen eerder was ik nog met mijn vader naar een concert van Weval geweest in Tivoli. Twee dagen later zat ik met mijn ouders en zusje in Carré voor de nieuwste show van Theo Maassen. Er was nog niks aan de hand. Het leven werd geleefd. Tandartsen waren op 2 maart al alert. Toen ik me meldde bij de balie, zag ik het briefje met “In verband met het coronavirus, zullen wij u voorlopig geen hand geven. Dit op advies van de KNMT.” Niet het vertrouwde ‘op advies van het RIVM’, maar KNMT is blijkbaar de beroepsvereniging van tandartsen en orthodontisten. Ik weet nog hoe ongemakkelijk ik het vond om de behandelkamer in te lopen. Mijn nieuwe tandarts stond me daar glimlachend op te wachten, maar we konden elkaar geen hand geven. Normaal gesproken is dit een prettig startmoment als je iemand ontmoet die je nog niet kent. Nu stonden we tegenover elkaar en stelden we onszelf voor. Het ongemak deed me denken aan een eerste date.

Inmiddels komt het al niet eens meer in je op om iemand een hand te geven. Als je op anderhalve meter van mensen moet blijven, is dat sowieso al een opgave. Ik vind het ook niet meer zo ongemakkelijk. Het bewijst maar weer eens dat het handen schudden, kussen of knuffelen toch ook vanuit gewoonte komt. Omdat deze manieren van begroeten al een tijd niet meer kunnen, verdwijnt dat gewoontegevoel. In Estland, waar Kati vandaan komt, is er wat dat betreft niks veranderd. Fysiek contact als begroeting komt daar nauwelijks voor. Voor Kati is gewoon hallo zeggen en eventueel haar hand opsteken prettiger dan steeds, voor haar gevoel, geforceerd moeten kussen of een hand moeten geven. Het zou mij niet verbazen als, wanneer het coronatijdperk voor bij is, er minder handen worden gegeven en er minder gekust wordt. Fysiek contact zal dan mogelijk meer voortkomen uit behoefte en minder uit gewoonte.

Vrijdag ga ik opnieuw naar de tandarts, weer een nieuwe. Inmiddels is het normaal je handen te desinfecteren als je ergens binnenkomt, en om de aangegeven looproutes te volgen. De baliemedewerkster vraagt of ik klachten heb. Als ik de behandelkamer binnenkom, begroeten mijn nieuwe tandarts en ik elkaar. Ze benoemt nog dat ze me geen hand kan geven. Logisch. Nadat ik een verdoving heb gekregen, maakt mijn tandarts nog een praatje. Het gaat allemaal heel natuurlijk. Het is geen op geen enkele manier ongemakkelijk, behalve dat het nooit fijn is om gaatjes te laten vullen. Met een verdoofde linkerkant van mijn mond fiets ik terug naar huis en tref daar het tafereel aan op bovenstaande foto. De fietsers voor mij houden met moeite anderhalve meter afstand. Dat geldt zeker niet voor de grote groep mensen het zebrapad oversteekt. Een politieauto staat recht voor het zebrapad en er gebeurt niks. Niemand wordt aangesproken. Het doet me denken aan een paar maanden eerder, toen ik op exact dezelfde plek stond, met een politieauto naast me. Het was donker, geen enkele fietser had licht, en de politieauto wachtte rustte totdat het stoplicht op groen zou springen. Dit beeld geeft mij een verontrustend gevoel. Mensen zijn al steeds meer klaar met de regels en dit moet hen de bevestiging geven dat de politie het blijkbaar ook prima vindt. Het is nu nog relatief rustig in de stad, maar wat gaat er gebeuren als straks de terrassen, restaurants en theaters weer open gaan?

Ik kan me ook wel voorstellen dat het steeds moeilijker wordt om de coronamaatregelen te handhaven. Het kabinet stopt met de crisisoverleggen, waarmee ook een einde komt aan de persconferenties van Premier Rutte. Wordt hiermee indirect duidelijk gemaakt dat de crisis voorbij is? Uit onderzoek blijkt dat 12% van de 53.000 ondervraagde Nederlanders zich minder aan de regels houdt dan een maand geleden. Er is ook steeds meer geweld tegen de buitengewoon opsporingsambtenaren (de BOA’s). Zij moeten ervoor zorgen dat de coronamaatregelen worden nageleefd, maar hebben geen wapenstok of pepperspray om zich te verdedigen. In IJmuiden werden vier BOA’s door een groep jongeren aangevallen en liepen daarbij ernstige verwondingen op. Als ik me in deze handhavers verplaats, kan ik me goed voorstellen dat zij liever geen waarschuwingen uitdelen of boetes uitdelen. Zeker aangezien het alleen maar drukker wordt op straat en het weer alleen maar beter zal worden. De vraag is dan: waar gaat dit toe leiden? Voorwaarde voor het versoepelen van de maatregelen, te beginnen bij 1 juni, was dat de basisregel van anderhalve meter afstand nageleefd moet worden. Gaat dit leiden tot een ‘tweede golf’ waarin het coronavirus in alle hevigheid terugkeert, of houden we ons nog steeds voldoende aan de regels om dit te voorkomen?

Een blik over de grens levert wisselend beeld op. In een aantal landen werden veel nieuwe besmettingen geconstateerd na een versoepeling van de maatregelen. In Zuid-Korea werden al een tijd geen nieuwe besmettingen gemeld, waardoor bars, discotheken nachtclubs weer open mochten. Dit leidde ertoe dat een besmette Koreaan in nachtclubs zeker 40 anderen besmette. Inmiddels is het uitgaansleven weer grotendeels stopgezet. In de Chinese steden Shulan en Jilin werden opnieuw drastische maatregelen genomen toen het aantal besmettingen weer opliep. Horecagelegenheden en scholen gingen opnieuw dicht en grote bijeenkomsten werden weer verboden. In Frankrijk mochten de basisscholen weer open. Dit leidde tot 70 coronagevallen die direct te linken waren aan de scholen. In Duitsland zijn 107 kerkgangers in Frankfurt besmet geraakt met het coronavirus. In Nedersaksen raakten zeven mensen besmet na een restaurantbezoek, waardoor in totaal minstens 50 uit voorzorg in quarantaine moesten. Het is natuurlijk ook onvermijdelijk dat het versoepelen van maatregelen leidt tot meer kans op besmettingen. Het gaat erom dat de cijfers niet wederom explosief gaan toenemen en dat een contactonderzoek ervoor kan zorgen dat mogelijk besmette mensen in quarantaine gaan.   

Denemarken is volgens Rutte een land waar Nederland naar kijkt als het gaat om versoepeling van maatregelen. Op Deense scholen wordt inmiddels alweer een maand lesgegeven en zijn de cafés en restaurants deze week weer open gegaan. Vooralsnog blijven de Deense cijfers prima. Net als Denemarken ging Oostenrijk vroeg in lockdown en maar werd deze ook al in april versoepeld. Vooralsnog hebben de versoepelingen niet geleid tot een toename van het aantal besmettingen geleid. Een ander land waar met interesse naar gekeken wordt is Zweden, waar nooit een lockdown is geweest. De horeca en de scholen bleven open. Inmiddels heeft Zweden het hoogste aantal besmettingen per duizend in inwoners in Europa. Er werd ingezet op groepsimmuniteit, maar tot nu toe heeft slechts 7,3% van de bevolking antilichamen tegen het coronavirus aangemaakt. Dit is veel minder dan verwacht.

Er zijn ook landen die de komende tijd nog veel verder willen gaan met het versoepelen van de maatregelen. Zo wil IJsland bijeenkomst met 200 personen weer gaan toestaan. Daar zijn recent geen nieuwe besmettingen meer gemeld. De Baltische staten Estland, Letland en Litouwen hebben de grenzen voor elkaar opengezet, waardoor een vrij verkeer van personen mogelijk is. Door in een vroeg stadium in lockdown te gaan hebben deze landen een laag aantal besmettingen en sterfgevallen als gevolg van het coronavirus.  Griekenland wil vanaf 15 juni weer vakantiegangers ontvangen. Reizigers hoeven zich van tevoren niet te laten testen en de verplichting om twee weken in zelfisolatie te gaan vervalt. Voor het geval dat het misgaat, komen er op de Griekse eilanden quarantainezones en moeten toeristen binnen twee uur bij een ziekenhuis kunnen bereiken waar coronapatiënten verzorgd kunnen worden. “We hebben de gezondheidsstrijd gewonnen en we gaan ook de oorlog om de economie ook winnen” aldus de Griekse premier Mitsotakis. Op 3 juni opent Italië de grenzen voor EU-inwoners en vanaf 1 juli zijn toeristen weer welkom in Spanje.

Deze Zuid-Europese landen zijn natuurlijk heel afhankelijk van toeristen. Laten we hopen dat het goed gaat, maar ik durf er voorlopig nog niet heen.

Graag wil ik mijn verhaal van vandaag afsluiten met weer een aantal mooie of grappige voorbeelden van wat er gebeurt in coronatijd. Te beginnen in Estland, waar plotseling twee beren door de hoofdstad Tallinn lopen. Er leven daar ongeveer 700 beren in het wild, maar in de bossen en niet midden in de stad. Inwoners wordt geadviseerd thuis te blijven en er worden zelfs drones ingezet om de beren op te sporen. In Berlijn moet de politie een weg afsluiten omdat er ruim 20 wilde zwijnen (met kleintjes) door de stad lopen. In een Thais restaurant worden de stoelen waar de gasten niet mogen zitten bezet door pluche pandaberen, om te zorgen voor meer gezelschap. Ergens in Nederland besluiten politieagenten te paard mee te doen met een sportles in de buitenlucht. In Rotterdam laten cirkels in het gras zien waar je wel en niet mag zitten. Het idee is overgewaaid uit New York en blijkt prima te werken. Door de schone lucht boven Nepal en India is voor het eerst sinds vele jaren de Mount Everest te zien vanaf de Nepalese hoofdstad Kathmandu. Dit is één van die dingen waarvan ik echt hoop dat het vast kunnen houden als de coronatijd voorbij is. Ik zal afsluiten met een persoonlijk hoogtepunt: het is mij voor het eerst gelukt om in de top100 te eindigen van een Scorito spel. De virtuele Grand Tour kwam vandaag na drie weken denkbeeldig fietsen ten einde gekomen in het Italiaanse Modena. Caleb Ewan wint de laatste sprint en Geraint Thomas het eindklassement. Ondanks dat er niet echt gefietst werd, was de beleving bijna hetzelfde. Ik ga het missen, maar deze 90e plek geeft veel voldoening. Mooi werk Scorito!

Beren op de weg

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *